10dence art gallery - creative concepts & project development

Dindi van der Hoek - Reflecting Identities

Dindi van der Hoek (1976) studeerde in 1999 af aan de Willem de Kooning Academie en het Piet Zwart Instituut en ontwikkeld een fotografisch oeuvre met beelden die een eigenzinnige gedaante krijgen door ze onder de waterspiegel te situeren. De vervorming van het menselijk lichaam en uiteenlopende opvattingen over fysieke esthetiek bepalen daarbij het uiterlijk van het werk. In inhoudelijke zin hanteert ze kunsthistorische bronnen en referenties zoals Francis Bacon en Carravagio waarmee ze zichzelf niet wil vergelijken, maar naar wie ze wel verwijst in de benadering van haar thematiek. Technisch streeft ze in haar werk de hoogste kwaliteit na die specifiek van aard is, door haar werk onder water te situeren waardoor er de voor haar typerende spiegelingen en deformaties ontstaan.



Verdwijnen en verschijnen

Dindi van der Hoek is altijd op zoek naar tweedeling, naar innerlijke tegenstrijdigheid: “Er is altijd een keerzijde in het beeld. Dat wat eerst sprookjesachtig esthetisch lijkt, krijgt een gedaante waarin frustratie en destructie de overhand krijgt.”

Het is alsof ze ons via haar lens een blik gunt in een andere, raadselachtige wereld, die voorbij ons bewustzijn ligt. Haar watermuzes lijken het ene moment gelukzalig in het water te zweven; het volgende moment is het alsof ze naar adem happen omdat het omringende water hen dreigt te verstikken.

Onder het wateroppervlak werkt ze met reflecties en waterspiegelingen. Haar modellen bevinden zich onder of half boven water. Door aanwezigheid in de ene werkelijkheid is er vaak een afwezigheid in de andere, een ondoorgrondelijke verschijning.

Intiem en intimiderend

De kunstenares hanteert een specifieke beeldtaal waarbij ze haar foto’s onder water ensceneert. Vanuit archetypische figuren als waternimfen en literaire personages als Shakespeares Ophelia, verbeeldt ze meer en meer een op zichzelf staande expressie die ze door kostumering en belichting naar haar hand zet. De vervreemding van de lichamelijkheid in haar werk is verrassend, doordat de zwaartekracht en ruimtelijkheid onder water gedeeltelijk worden opgeheven. Lichtval en reflectie vertonen ook een andere wetmatigheid dan we gewend zijn. Haar series ‘De dochters van Mnemosyne’ 2008 en ‘Jardin de la Femme’ 2009 toont foto’s die een bijna abstracte kwaliteit krijgen. Als kijker word je geconfronteerd met beelden die tegelijkertijd intiem en intimiderend van aard zijn. Deze innerlijke tegenstrijdigheid geeft haar werk een onmiskenbaar karakter. De technische zorgvuldigheid en de doordachte composities tonen aan dat Dindi van der Hoek een beeldtaal beheerst die voor haar nauwelijks geheimen kent, maar die voor de beschouwer altijd raadselachtig is.

Balans tussen constructie en toeval

De afgelopen tien jaar heeft zij een professionele beroepspraktijk als beeldend kunstenaar ontwikkeld met een eigenzinnig fotografisch oeuvre en langzaam ontstaat een balans tussen spontaniteit en constructie, waar het toeval nog steeds een plek heeft: “Ondanks het ensceneren dat ik nu doe, hoop ik altijd dat er iets gebeurt wat ik niet kan bedenken. Ik wacht onder water op een cadeautje.”

Een sluier opgelicht

Het is telkens een verrassing welke figuur zich aandient. Alsof het water een sluier is die een andere wereld oplicht, een wereld vol oerbeelden en archetypen over het mysterie van het vrouwelijke, met de lens als verbinding tussen idee en vorm. Alsof Medusa en de Crucifix, maar ook andere oerfiguren, zich aan haar laten zien. Daarbij verwijst Dindi graag naar de kunstgeschiedenis of sprookjes en mythen, zoals Roodkapje en Rapunzel: “De figuren dienen zich aan. Ik creĆ«er de gelegenheid om het zich te laten aandienen. En dat is kunstenaarschap: om het te laten gebeuren.”

De beelden vertellen over haar eigen lichaam, haar eigen vrouwelijkheid, vooral in metaforische zin: “Ik denk dat het altijd over mezelf gaat, een soort zelfportret, maar geen foto van mezelf, maar een beeld.“

Tekst ontleend aan: Merel Visse, Alex de Vries en Pieter van Oudheusden.